[hulp]
"financiële instelling"
(bankrecht) "onderneming of instelling, niet zijnde een kredietinstelling, die in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verrichten van één of meer van de werkzaamheden genoemd onder 2 tot en met 12 in bijlage I van de Richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126) dan wel van het verwerven of het houden van deelnemingen. De vorenbedoelde werkzaamheden zijn: verstrekken van leningen, leasing, betalingsverrichtingen, uitgifte en beheer van betaalmiddelen, verlenen van garanties en het stellen van borgtochten, handelingen voor eigen rekening van de instelling of voor rekening van de cliënten, deelneming aan effectenemissies en dienstverrichting in verband daarmee, advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichtingen op het gebied van fusie en overname van ondernemingen, bemiddeling op interbankmarkten, vermogensbeheer en -advisering en bewaarneming en beheer van effecten. Bijv. een bank."

Gerelateerde termen:
onderdeel of deelverzameling De Nederlandsche Bank N.V. (DNB)
onderdeel of deelverzameling gemeentelijke Kredietbank (GKB)

Gerelateerde wet- en regelgeving:
art. 1 Wet toezicht kredietwezen 1992 (WTK) [context]